• 2 grote boerenkippen
  • 150 g kippenlevertjes
  • 100 g vet spek zonder zwoerd
  • 200 g gekookte kastanjes
  • 50 g witbrood zonder korst
  • 50 ml melk
  • 20 g zwarte truffel
  • 500 g varkens- of kalfsgehakt
  • zout en versgemalen zwarte peper
  • 20 g boter
  • 20 ml neutrale olie
  • koude gezouten boter
  • 2 grote selderijknollen
  • 1 truffel
  • 200 g gekookte kastanjes
  • 200 g lichtgezouten boter
  • 100 g slagroom
  • fleur de sel
  • Extra: keukenmachine, keukentouw, evt snelkookpan, staafmixer

BEREIDING

 

Snij voor de vulling de levers en het spek in kleine blokjes. Snij de kastanjes in stukjes.

Week het brood in de melk. Hak in de keukenmachine de truffel fijn met het gehakt, het brood, 1 tl zout en wat peper.

Spatel de kippenlevertjes en kastanjes erdoor.

Vul de kippen hiermee en bind ze op met keukentouw.

Verwarm de oven voor op 100°C.

Verwarm in een braadpan zachtjes de boter met de olie en meng goed.

Braad de kippen op matig vuur rondom lichtbruin.

Leg ze in een braadslede en verdeel er wat vlokjes gezouten boter erover.

Braad de kippen in ca 3 uur gaar, schep er steeds wat braadvet over.

Schil de knolselderij en snij elk in 8 stukken.

Kook ze in de snelkookpan in 15-20 min gaar (of in een gewone pan, snij de knollen dan in stukjes).

Schaaf intussen de truffel in plakjes en snij de kastanjes in stukjes.

Pureer de selderij met de staafmixer of in de keukenmachine met 180 g boter en de room tot een gladde puree.

Roer de truffel erdoor.

Bak de kastanjes in de rest van de boter en meng ze door de puree.

Houd warm.

Laat de kip met de ovendeur half open nog 15 min rusten in de braadslede.

Serveer de kip in stukken en geef de vulling en puree apart erbij.